zondag 25 mei 2008
A time of terror?
Zoals in mijn vorige berichten ben ik het eens met het feit dat terreur of terrorisme (wat in de eerste plaats louter 'woorden' zijn) nooit te definiëren zijn. Of het zou in een louter, absolute negativiteit moeten gebeuren. En dat is m.i. wel mogelijk. Zoals ik reeds aangaf is een terroristische daad on-feitelijk, non-factisch en gekenmerkt door een absolute sublimiteit. Het is gelegen 'voorbij' leven-dood (denk aan Arendt). In dat verlengde allicht voorbij elke positiviteit die de filosofie zou willen inbrengen. Zij is aanwezig en niet aanwezig. Zij is aanwezig, want een waarachtig gebeuren. Zij is niet aanwezig, want niet-conceptualiseerbaar (en al zeker niet via Hegels dialectiek). (Wat een extremiteit als een aanslag zo gevaarlijk maakt, is dat wat men hiertegenover wil plaatsen al snel op haar beurt een absoluutheidskarakter krijgt - ze wordt immers gevoed door het tegen-overgestelde.)
Spreken over een 'tijd(perk) van terreur' is onmogelijk. Enerzijds omdat dit niet iets nieuws is en anderzijds - en voornamelijk - omdat men op die manier de fouten die men zelf maakte kan vergeten, en erger, kan beschouwen als on-terroristisch (zie bv. de atoombom op Hiroshima)).
Spreken over een 'tijdperk van terreur' is jezelf de rol toekennen van belaagde (iets waar de VS blijkbaar erg goed in is). Hier speelt de media uiteraard op in - men vergeet dat de terreur van de 21ste eeuw te maken heeft met marktfundamentalisme en globalisering (zie John Gray) en weinig met godsdienst of secularisering. Zoals ik reeds vermelde in een citaat: de VS en de 'fundamentalisten' zijn beiden even modern(istisch), kennen beiden het identiteitsgevoel jegens het land van herkomst. Het modernisme van de VS is op dat punt nog gevaarlijker: ze geloven nog steeds in een God die hen beschermt en leidt; hanteren nog steeds een oppositiedenken van goed-kwaad; gebruiken terminologie die eenvoudigweg problematisch is, zoals 'as van het kwaad', 'kruistocht' enz. Samen met de media zorgen ze zo voor de rol van belaagde en vrome christenen.
Wil men terrorisme in een bepaalde tijd gieten, dan verzint men een 'demarcatie' - van dan tot dan en al wat er voor of na komt valt er buiten. Hoewel terrorisme net een sluimerend gegeven is dat geen 'tijd' kent.
"The task of defining terrorism is [...] important for far-reaching practical, moral, and political purposes [...].
REFERENTIE: The reason of terror, blz. 5
COMMENTAAR: Maar dit ruikt m.i. naar een belangenconflict. Wie zal immers het laatste woord hebben en de meeste media-aandacht krijgen? Zij die de meeste potentie bezitten om continu conferenties te houden. Zij voor wie er het meeste belang bij komt kijken. Zij die het sterkst geglobaliseerd zijn (inderdaad de voedingsgrond - m.i. - van het 21ste eeuwse terrorisme). Om een concensus te bekomen (wat m.i. niet bestaat), dient men uiteraard een dialoog te openen. De belangen zullen dit echter nooit mogelijk maken.
Terreur kan slechts door wederzijdse hulp. Tijdens de koude oorlog bewapende en trainde de VS haar toekomstige vijand.
Naar: Filosofie in een tijd van terreur, blz. 38
Deconstructie van het begrip 'terreur'?
"Derrida stelt dat de deconstructie van het begrip 'terrorisme' de enige politiek verantwoordelijke handelswijze is aangezien het publiekelijk gebruik van deze term, namelijk als ging het om een volstrekt eenduidig begrip, juist [...] de terroristische zaak dient."
REFERENTIE: HABERMAS J. EN DERRIDA J. Filosofie in een tijd van terreur, gesprekken met Giovanna Borradori, Kampen, 2004, blz. 11
COMMENTAAR: De kenmerken waarop de term gevormd is zijn inderdaad niet onproblematisch (en vooral gevoed door de VS). Tevens gevaarlijk is de media. Het idee van Derrida om de Verlichtingsidealen te herwaarderen is echter naïef. Spreken van 'wereldburger' of 'kosmopolitisch recht' is uiterst utopisch en leidt slecht tot een distopie.
De grenzen van de filosofie
Misologie (cf. Plato's Phaedo) - de onmogelijkheid van een discours, zeg maar: de grens, opgelegd aan de logos. Is terreur een event dat een misologie naar boven brengt? Plausibel. Er zijn verschillende zaken die dit mogelijk maken:
1) Filosofie kan onmogelijk de facticiteit overschreiden - de sublimiteit van de aanslag brengt een leegte naar voor. 2) Terreur heeft daarbij ook geen interesse voor sensibiliteit en 3) desinteresse in de condition humain.
Een ander zeer belangrijk punt is m.i. de paradox van terreur. Om een situatie te geven: terrorisme gebruikt materiaal en technologische apparaten (en zou niets zijn zonder) om net, niet uitsluitend de Westerse technocratie te bekritiseren, maar belangrijker: om net de materialiteit te overstijgen.
REFERENTIE: The reason of terror, blz. 49
van vrijheid tot fatalisme
Cools (zie The reason of terror) is correct als hij stelt dat de terreur nu eerder reactionair is dan revolutionair
Hoe terreur te definiëren? Is zij te definiëren?
Bestaat er in het concept 'terrorisme' een inherent element dat ons kan helpen om een - zij het gelimiteerd - beeld te bekomen van 'terrorisme'?
COMMENTAAR: Zaken die we kunnen opnoemen zijn:
het is een actie
een oppositiedenken (en demarcatie)
gewelddadig (zowel fysiek als mentaal)
in deze eeuw eerder economisch dan louter politiek
plotse inval
subliem (in de kantiaanse zin)
absoluut
Juist de rationaliteit van de Verlichting, gecristaliseerd in de notie van utiliteit en absolute vrijheid, resulteert (of leidt) tot terreur. (Hegel)
REFERENTIE: The reason of terror, blz. 139
(vorm hier een volledige, vormcorrecte referentie naar de overeenkomstige pagina's in de brontekst)
COMMENTAAR:
(schrijf hier een eigen interpretatie of een persoonlijke beschouwing naar aanleiding van het citaat of het tekstfragment)
Voor Hegel geldt uiteindelijk de dialectische (conceptuele) dynamiek: men dient allereerst door de terreur heen alvorens men aanspraak kan maken op een moreel leven (het bewustzijn (Geist) moet haar sowieso ervaren hebben). De twee centrale gedachten van de Verlichting: utiliteit en absolute vrijheid - samen de actualiteit van de geest.
REFERENTIE: The reason of terror, Peeters/Leuven, 2006, blz. 121
COMMENTAAR: Het effect van de terreur is louter negatief. Naast de onbereikbaarheid van een doel (geen middel-doel) is het tevens onmogelijk om met Hegel de dialectische beweging te zien, want: de terreur is doelloos en negatief. De enige plaats waarin de terreur kan 'oplossen' in iets anders is in een geconceptualiseerd denken - een compleet opgezette theorie, die - in haar theoretisch vermogen - even totalitaristisch is als de terreur zelf.
Concentratiekampen zijn de absolute terreur - en dit door ongeveer dezelfde reden als de 21ste eeuwse terreur of de atoombom: omdat de verbeelding niet sterk genoeg is dit de vatten, en vooral omdat "de verschrikking zich buiten het leven en de dood ophoudt".
REFERENTIE: Hannah Arendt,Totalitarisme, blz. 270
COMMENTAAR: Allicht is alle terreur (niet enkel de kampen of andere vormen van (letterlijke) gevangenschap) absoluut. Juist omdat ze een (kantiaanse) sublimiteit in zich dragen. De feitelijkheid wordt compleet vernietigd.
"[...] want als de wetten en de instituties zouden stabiliseren, zou dit ongetwijfeld de beweging zelf liquideren en met haar de hoop op een uiteindelijke verovering van de wereld."
REFERENTIE: Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom/Amsterdam, blz.205
COMMENTAAR: Een totale overheersing noopt volgens Arendt tot een permanente revolutie (Trotski). Een continue radicalisering die de mens nooit onder controle krijgt. Maar dit consolideren van een 'samenleving', staat, of dergelijk, is m.i. niet de eerste en allicht ook niet de laatste zorg voor een terreurbewind -of aanslag. Totalitarisme wordt bedreigd door feitelijkheid, maar de feitelijkheid evengoed door terrorisme. Het is mede hierdoor dat men wel eens spreekt van een (kantiaanse) sublimiteit - ze (de terreur) overtreft de feitelijkheid.
"Door zich los te maken van de Franse revolutie negeerde Camus de geschiedenis [volgens Sartre]. Daarmee ook [...] onherroepelijk de loop van de gechiedenis, die [...] zou uitmonden in een waarlijke humaniteit. De terreur was dus diensig aan de geschiedenis."
REFERENTIE: Zinvol Geweld, blz. 65 (eigen cursivering)
COMMENTAAR: Twee zaken zijn m.i. zorgwekkend: enerzijds is Sartre hier een onvervalste dialecticus (of hij nu gelooft in de uiteindelijk Aufhebung of niet) en anderzijds gelooft hij in het humanisme (waarover later meer).
Sartre bleef trouw aan de Franse revolutie en haar 'terreur', Camus echter wantrouwde haar (cf. Hegel). Voor Camus behoorde ze tot de geïnstitutionaliseerde terreur die een vrijheid afdwingt. Een negatieve vrijheid die niet culmineerbaar is in een positief moment
Het broederschapsdenken ging op de koop toe niet zonder terreur . Camus heeft een punt. Vernietiging van alles is niet slechts gevaarlijk, het is ook onmogelijk. Het terreurbewind van Robespierre toont dit m.i. duidelijk.
"[...] omdat hij een rationeel gefundeerde [...] overtuiging heeft, die niettemin wordt aangevreten door morele twijfel."
REFERENTIE: Zinloos Geweld, blz. 49, ivm Les Justes van Camus
COMMENTAAR: De ambiguïteit is hier onbestaand (vernietigd door een ratio-nele houding), waardoor de twijfel - zelf morele twijfel - kan ontstaan.
"Het terrorisme onthult de blinde vlek van de Westerse cultuur die zichzelf zuiver acht. Terrorisme wordt geboren in het hart van deze vlek. Een cultuur kan zichzelf slechts door uitsluiting zuiver en goed achten. De uitsluiting is het eerste geweld. Het allereerste geweld komt niet van buiten [...]."
REFERENTIE: Zinvol Geweld, blz. 8
COMMENTAAR: Hier wordt in zekere zin het oppositiedenken mee getoond, wat ons laat denken aan Derrida en het logocentrisme. Dit laatste (het logocentrisme) is immers een oppositiedenken: norm vs. afwijking. Interessant nu, is het verband: bij Derrida lezen we dat dit logocentrisme scheuren vertoont (zelf-deconstructie) omdat het verdrongene zich niet laat wegwerken (in zekere zin zelfs constitutief is voor een bepaalde vorm van betekenis e.d.). Streeft men een bepaalde hiërarchische oppositie na - in welke context ook, dan maakt men zich schuldig aan terreur.
Men is dit oppositiedenken echter nog niet verleerd. Men institutioneert geweld, tracht haar te duiden via betekenis of zinloosheid. Men is nog steeds 'modern(istisch)'. Reeds Nietzsche en Freud spraken van driften die steeds een ambiguïteit tonen (zie ook Merleau-Ponty's Sens et nonsens - Merleau-Ponty verzet zich tegen de rationaliteit die deze ambiguïteit wenst weg te werken. Ze zijn echter onwisselbaar. Sens en nonsens veronderstellen elkaar).
Het gevaar van ambiguïteit bestaat er echter in dat, zo men haar aanvaard, in zekere zin de twijfel zal vernietigd worden.